Olieconcerns en zonnepanelen

De grote olieconcerns hebben de ontwikkeling van zonnepanelen lange tijd op een laag pitje kunnen houden, maar lijken er nu toch niet meer aan te ontkomen dat de techniek zich verder ontwikkelt. Shell en bijvoorbeeld BP en Total stralen naar buiten toe uit dat ze blij zijn met deze ontwikkeling, maar dat is natuurlijk niet het geval. De ontwikkeling van zonnepanelen zorgt ervoor dat de vraag naar olie af zal nemen, aangezien de fossiele brandstoffen steeds een beetje meer terrein in zullen leveren. De olieconcerns doen er echter de schermen alles aan om dit zo traag mogelijk te laten verlopen. Het is wat dat betreft niet vreemd dat Nederland flink achterloopt in Europa, wanneer we bedenken dat Shell uit ons land afkomstig is.

Eindgebruiker en zonne-energie
De olieconcerns lijken er vooral alles aan te doen om het gebruik van zonnepanelen en andere technieken minder populair te maken bij de eindgebruiker. Met name de elektrische auto kent bijvoorbeeld veel praktische bezwaren, zoals een beperkte actieradius en te weinig oplaadpunten, in combinatie met een ‘saai’ rijgedrag. De olieconcerns zorgen ervoor dat de omgeving nog niet klaar is voor het gebruik van teveel moderne technieken of zonne-energie, waardoor ook de smart grids bijvoorbeeld nog niet echt van de grond komen.

Zelf investeren in zonnepanelen
Aan de andere kant doen de olieconcerns zelf ook wel investeringen in zonnepanelen en vergelijkbare technieken. Enige uitzondering is BP, dat na investeringen gedurende 40 jaar besloot om de stekker eruit te trekken, nu met name Chinese fabrieken veel lagere prijzen aanbieden en daarmee zorgen voor concurrentie die BP niet bij kan benen. Andere concerns als Shell en Total investeren juist wel in zonnepanelen, al lijkt dit ook vooral een symbolische betekenis te hebben en zet men er vooral nog niet teveel op in.